Docendo Loes

Verstoppertje spelen met de dood

Daar sta je dan naast een dierbare vriend. Het enige wat ik als vriendin kan doen, is zorgdragen voor zijn familie. Dat lukt goed. Eén van de kleindochters heeft zich inmiddels goed verstopt onder het bed waar hij is opgebaard. Haar broertje kan haar daar mooi niet vinden. Dat terwijl een ieder eerst overtuigd moest raken dat naar een dode opa gaan altijd nog beter is dan helemaal niet meer naar opa gaan. ‘Tot de dood ons scheidt’, moet nog doordringen bij zijn vrouw. Niemand is na twee dagen opbaring al klaar om hem los te laten. Daarom baart zijn opgezwollen buik mij zorgen; ik ben bang dat dit een langere en goede opbaring in de weg kan gaan staan. Ik slaap er de eerste nacht, nadat we hem verzorgd hebben, al slecht op. Het onrustige gevoel dat ik heb, wordt niet beter als ik de volgende dag terugkom. Toch nog maar even afwachten. Ik ben die dag ook toevallig in een mortuarium van CMO. Mijn oog valt op een brochure van de bodyseal. In het slechtste geval is dat wellicht een optie al voel ik meteen weerstand. Er is gekozen voor een opbaarplank vanwege zijn claustrofobie…

Thuisgekomen ga ik zoeken op de site van CMO en vind informatie over de buikpunctie. Waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht? Ik besluit de derde dag om al heel vroeg de controle van de thuisopbaring te verrichten. Zijn buik is meer gespannen, of lijkt dat maar zo? Is het nu erger geworden of niet? Na twee slechte nachten met gevoelens van stress over wat er kan gebeuren, wil ik niet langer afwachten. Ik bel naar CMO; zo’n buikpunctie lijkt de perfecte oplossing. Ze komt vlot; een heel aardige rustige dame die meteen contact maakt met de familie en ook bereid is om alle vragen van een veel te nieuwsgierige uitvaartbegeleider te beantwoorden. Terwijl zij aan het werk gaat, zijn wij bezig met de voorbereidingen voor zijn afscheid. Zij is bezig met zijn buik, wij met ons hoofd. De CMO-medewerkster vraagt bescheiden of ik kan komen. Ze legt me uit wat het verschil is tussen een buik met gas en een buik met vocht. We hebben pech, het betreft gas. Gelukkig zijn we nog even met z’n tweeën en kan ik haar van alles vragen. “Wat gebeurt er als het gas terugkomt?” En wat minder genuanceerd: “kan zijn buik klappen?” Ze stelt me gerust: “dat gebeurt niet, het gas vindt altijd een andere weg.” Nadat ik haar alle vragen heb kunnen stellen en mij vertrouwd voel met de nieuwe situatie, haal ik zijn vrouw. Zij stelt nog een laatste basale vraag: “als het misgaat en er komt vocht uit zijn mond, welke kleur heeft dat dan?” Ik was aangenaam verrast door haar inzicht om de totale situatie te overzien met het stellen van deze ene vraag.

Ondanks een vooruitzicht dat er niet veel opties overblijven, slaap ik voor het eerst goed en ben ik er gerust op. Ik weet waarop ik moet letten. We hebben allemaal datgene gedaan wat er kon. Zo was het de laatste jaren van zijn leven ook. Slechte vooruitzichten maar beter volgehouden dan verwacht.

De dood ontvluchten kwam toen al ter sprake met het gedicht van “De tuinman en de dood” *. Deze bijzondere overleden vriend heeft zich, ook de laatste vier dagen voor zijn uitvaart, boven verwachting goed gehouden. Een kleine ingreep met een grote impact. In mijn dubbelrol als vriendin en uitvaartbegeleider ben ik ook dubbel dankbaar: in mijn vak heb ik weer veel geleerd en als vriendin met veel bizarre vragen, ben ik volledig gerustgesteld. En voor zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen; dankzij de buikpunctie was er vooral veel extra tijd om nog even allemaal verstoppertje te spelen met de dood. Onder, maar vooral ook naast zijn bed.

 

*DE TUINMAN EN DE DOOD
Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –

Van middag – lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’

—————————————————
uit: Verzameld Werk van P.N. van Eyck (1887-1954)